Volgens Kapitein Bellen

Archeologie, folklore en wichelarij op de Veluwe en in Drenthe

Henk M. Luning | 2013

Volgens Kapitein Bellen

Archeologie, folklore en wichelarij op de Veluwe en in Drenthe

Henk M. Luning | 2013

ISBN: 9789088901379

Imprint: Sidestone Press | Format: 182x257mm | 180 pp. | Language: Dutch | 23 illus. (bw) | 30 illus. (fc) | Category: history of archaeology, prehistoric archaeology | download cover

In de eerste helft van de 20ste eeuw was de naam van kapitein Hendrik Joseph Bellen onlosmakelijk verbonden met de Veluwse en Drentse heidevelden. Vooral in de alom aanwezige zandverstuivingen en nieuwe ontginningen deed hij zijn belangrijke archeologische ontdekkingen. Als amateurarcheoloog onderhield hij contact met internationaal bekende archeologen als Holwerda in Leiden en Van Giffen in Groningen. Ook was hij medeoprichter van de vereniging Oud Ede. Vooral onder de bevolking was hij een bekende persoonlijkheid; de officiële wetenschap was minder enthousiast.

In 1931 werd Bellen overgeplaatst naar Assen. Daar voelde hij zich, in navolging van Picardt en Knappert, steeds meer aangetrokken tot de folklore. Min of meer noodgedwongen verkocht hij in 1933 zijn archeologische vondsten voor een crisisprijs aan het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

Bellen behoorde tot de medeoprichters van het Ario-Germaans Genootschap. Daarmee schaarde hij zich onder de voorstanders van de oerarische cultuur. Veel van zijn collega’s raakten door de tijdgeest besmet met nationaal socialistische gevoelens, maar Bellen bleef soldaat van Oranje. Een bijkomende bijzonderheid aan hem is dat hij in zijn Drentse periode gaandeweg de archeologie meende te moeten bewijzen door middel van de volgens hem nooit falende folklore. Hij zocht naar de verbinding tussen archeologie en ‘de waarheid’ van sprookjes en legenden. Als folklorist voelde Bellen zich thuis onder spiritualisten en hield hij zich bezig met Heilige Lijnen en ziekteverwekkende Aardstralen. Zijn met behulp van de wichelroede verkregen spectaculaire archeologische ontdekkingen haalden menigmaal de landelijke pers. Steeds weer gaf Bellen antwoord op onmogelijke vragen en voelde zich daarbij niet gehinderd door wetenschappers die er een andere mening op na hielden. Al doende werd hij een vreemde en bijzonder interessante eend in de bijt onder de Nederlandse prehistorische amateur-archeologen.

Henk M. Luning

Henk M. Luning (1935) is amateurhistoricus en schrijft regelmatig over Drentse historische onderwerpen in de uitgave Ons Waardeel van de Drentse Historische Vereniging, de Nieuwe Drentse Volksalmanak en in de Asser Historische Reeks. Van zijn hand verschenen ondermeer Geschiedenis van de kerk te Noordlaren (1977) en De buitenplaatsen Meerlust, Bloemert, Meerwijk, van bisschoppelijk tafelgoed tot recreatieoord (1980).

read more

Abstract:

In de eerste helft van de 20ste eeuw was de naam van kapitein Hendrik Joseph Bellen onlosmakelijk verbonden met de Veluwse en Drentse heidevelden. Vooral in de alom aanwezige zandverstuivingen en nieuwe ontginningen deed hij zijn belangrijke archeologische ontdekkingen. Als amateurarcheoloog onderhield hij contact met internationaal bekende archeologen als Holwerda in Leiden en Van Giffen in Groningen. Ook was hij medeoprichter van de vereniging Oud Ede. Vooral onder de bevolking was hij een bekende persoonlijkheid; de officiële wetenschap was minder enthousiast.

In 1931 werd Bellen overgeplaatst naar Assen. Daar voelde hij zich, in navolging van Picardt en Knappert, steeds meer aangetrokken tot de folklore. Min of meer noodgedwongen verkocht hij in 1933 zijn archeologische vondsten voor een crisisprijs aan het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

Bellen behoorde tot de medeoprichters van het Ario-Germaans Genootschap. Daarmee schaarde hij zich onder de voorstanders van de oerarische cultuur. Veel van zijn collega’s raakten door de tijdgeest besmet met nationaal socialistische gevoelens, maar Bellen bleef soldaat van Oranje. Een bijkomende bijzonderheid aan hem is dat hij in zijn Drentse periode gaandeweg de archeologie meende te moeten bewijzen door middel van de volgens hem nooit falende folklore. Hij zocht naar de verbinding tussen archeologie en ‘de waarheid’ van sprookjes en legenden. Als folklorist voelde Bellen zich thuis onder spiritualisten en hield hij zich bezig met Heilige Lijnen en ziekteverwekkende Aardstralen. Zijn met behulp van de wichelroede verkregen spectaculaire archeologische ontdekkingen haalden menigmaal de landelijke pers. Steeds weer gaf Bellen antwoord op onmogelijke vragen en voelde zich daarbij niet gehinderd door wetenschappers die er een andere mening op na hielden. Al doende werd hij een vreemde en bijzonder interessante eend in de bijt onder de Nederlandse prehistorische amateur-archeologen.

Henk M. Luning

Henk M. Luning (1935) is amateurhistoricus en schrijft regelmatig over Drentse historische onderwerpen in de uitgave Ons Waardeel van de Drentse Historische Vereniging, de Nieuwe Drentse Volksalmanak en in de Asser Historische Reeks. Van zijn hand verschenen ondermeer Geschiedenis van de kerk te Noordlaren (1977) en De buitenplaatsen Meerlust, Bloemert, Meerwijk, van bisschoppelijk tafelgoed tot recreatieoord (1980).

read more









© 2016 Sidestone Press      KvK nr. 28114891